Grove motoriek

De grove motoriek valt onder de motorische ontwikkeling van het kind. De motorische ontwikkeling is onder te verdelen onder de grove motoriek en de fijne motoriek. Voetballen en fietsen valt bijvoorbeeld onder de grove motoriek en tekenen en een knoop vast maken onder de fijne motoriek. 
 
Wat is grove motoriek? Wat is de defintie van de grove motoriek? Welke mijlpalen zijn te onderscheiden in de grove motoriek en hoe uiten zich problemen in de grove motoriek bij kinderen? Lees meer over de grove motoriek op www.kijkopontwikkeling.nl
 

Definitie motoriek

In veel literatuur wordt de motoriek onderverdeeld in fijnmotorisch gedrag (fijne motoriek) en grootmotorisch gedrag (grove motoriek). In het boek Perceptual and motor development (1983) van Harriet G. Williams wordt de volgende definitie van motoriek gegeven: ‘De processen en structuren welke de daadwerkelijke uitvoering van motorische of bewegingsgedragingen coördineren en controleren. Het betreft in het bijzonder de regulatie van actuele bewegingsactiviteiten van het lichaam die door spierwerking tot stand komen en die een zekere simultane, tijdruimtelijke coördinatie vereisen van een aantal lichaamssegmenten. De motoriek omvat al datgene wat verantwoordelijk is voor de willekeurige of reflexmatige uitvoering van bewegingsactiviteiten’.
 

Definitie grove motoriek

In ditzelfde boek wordt de volgende definitie gegeven van grove of grote motoriek oftewel het grootmotorisch gedrag gegeven: ‘Het na elkaar opvolgen en tegelijkertijd bewegen van grote delen van het lichaam op temporeel en ruimtelijk gecoördineerde wijze. Tot de grove motoriek behoren activiteiten als vangen, lopen, rennen, balanceren en koprollen’.
 

Verloop motorische ontwikkeling

De ontwikkeling van de (grove) motoriek start al in de baarmoeder en wordt prenatale motoriek genoemd. Na de geboorte zijn bij baby’s reflexmatige motorische gedragspatronen te herkennen. Dit zijn de zogenaamde babyreflexen, ook wel babyreacties of babyresponsen genoemd. Gedurende de babyperiode tot 2 jaar zijn in de motorische ontwikkeling  motorische mijlpalen of ontwikkelingsfasen te onderscheiden. Voorbeelden van deze mijlpalen zijn: het draaien op de rug en op de buik, zitten, tijgeren of buikkruipen, kruipen, staan of oprichten en zelfstandig lopen.
 

Einde motorische ontwikkeling

Veel discussie bestaat over wanneer de motorische ontwikkeling van een kind beëindigd is. Sommige theoretici stellen dat de motorische ontwikkeling stopt na ongeveer het tweede levensjaar, wanneer de fundamentele motorische taken (zoals het zitten, kruipen en lopen), die zich bij ieder mens als vanzelf voltrekken, doorlopen zijn. Deze theoretici scharen al het motorisch gedrag wat aangeleerd is niet onder de motorische ontwikkeling, maar onder aangeleerde (culturele) motorische vaardigheden. Andere theoretici gaan ervan uit dat ontwikkeling ontstaat onder invloed van zowel leer- als rijpingsprocessen. Ook stellen zij dat omgevingsfactoren van invloed zijn op de motorische ontwikkeling. Door deze verschillende opvattingen wordt in de verschillende literatuur met de termen motorische ontwikkeling en motorische vaardigheden soms hetzelfde bedoeld en worden de termen op het internet door elkaar heen gebruikt.

 

Problemen grove motoriek

Kinderen kunnen problemen ondervinden bij het uitvoeren van grofmotorische taken zoals koprollen, vangen, gooien, klimmen en bijvoorbeeld aankleden. Deze problemen kunnen tot uiting komen bij algemene dagelijkse handelingen, in de gymles, de sportvereniging en het spelen op straat en/of het schoolplein. Oorzaken van deze problemen kunnen liggen in een verstoorde of vertraagde (grof)motorische ontwikkeling en of een gebrek aan motorische vaardigheid. Lees op de volgende pagina’s meer over:

 

Lees alles over de ontwikkeling van het kind op:

 
Neem contact op

Stuur gerust uw vragen en/of opmerkingen